Er bestaat geen eenduidig antwoord op de vraag wat een franchisenemer verdient, en elke bron die een vast bedrag noemt, generaliseert te veel. Wat je overhoudt is het resultaat van een rekensom: omzet minus brutomarge-correcties, minus personeelskosten, huur, franchisefee, afschrijving en financieringslasten. Pas helemaal onderaan die stapeling staat het bedrag dat je zelf mag houden, en dat verschilt sterk per formule, locatie en hoe je de onderneming runt.
In plaats van te zoeken naar een gemiddeld inkomen, leer je in dit artikel hoe je zelf een realistische inschatting maakt. Dat is ook precies wat je nodig hebt tijdens de oriëntatiefase: niet een getal uit een advertentie, maar een rekenmodel dat je kunt vullen met cijfers van de franchisegever over vergelijkbare vestigingen.
Waarom is er geen vast bedrag te geven voor het inkomen van een franchisenemer?
Een franchisenemer is geen werknemer met een vast salaris, maar een zelfstandig ondernemer die risico draagt en wiens resultaat afhangt van lokale omzet, kostenstructuur en eigen bedrijfsvoering. Twee vestigingen van dezelfde franchiseformule kunnen in dezelfde regio heel verschillende resultaten laten zien door verschillen in ligging, teamgrootte, openingstijden en persoonlijke inzet van de ondernemer.
Daarom heeft het weinig zin om op zoek te gaan naar een gemiddeld bedrag. Veel zinvoller is het om de opbouw van het resultaat te begrijpen, zodat je zelf met concrete cijfers van een kandidaat-formule aan de slag kunt.
Omzet is het startpunt, niet het eindpunt
De omzet van een vestiging zegt op zichzelf weinig over wat er voor de franchisenemer overblijft. Een winkel met een hoge omzet maar lage marges en hoge huur kan minder opleveren dan een kleinere vestiging met een efficiënte kostenstructuur. Vraag daarom niet alleen naar omzetcijfers, maar naar de volledige exploitatie.
Welke kostenposten trek je van de omzet af?
Van de omzet gaan achtereenvolgens de brutomarge-correctie (inkoopwaarde van de omzet), personeelskosten, huisvestingskosten, franchisefee en overige lopende kosten af, voordat je bij het bedrijfsresultaat vóór afschrijving en financiering uitkomt. Elke post heeft een ander gewicht per sector, dus de volgorde en omvang verschillen per formule.
Brutomarge: wat blijft er over na inkoop?
- Bij formules met fysieke producten, zoals winkels in retail of levensmiddelen, is de inkoopwaarde van de omzet vaak de grootste aftrekpost.
- Bij dienstverlenende formules, zoals een rijschool of een hypotheekadvieskantoor, ligt de nadruk minder op inkoop en meer op arbeidsuren.
- De brutomarge die overblijft, moet voldoende zijn om alle andere kosten te dekken én een redelijk resultaat over te laten.
Personeelskosten: vaak de grootste vaste last
Personeelskosten omvatten niet alleen salarissen, maar ook sociale lasten, verlofdagen en eventuele uitzendkrachten in drukke periodes. Bij formules die draaien op een klein team, zoals sommige dienstverlenende concepten, is dit aandeel kleiner dan bij winkels met wisselende diensten en veel balieuren.
Huur, fees en overige lasten
Huur van de bedrijfsruimte, de lopende franchisefee aan de franchisegever, marketingbijdragen, verzekeringen en overige vaste lasten tellen allemaal mee. De hoogte van de franchisefee verschilt per formule en wordt meestal uitgedrukt als percentage van de omzet of als vast bedrag; vraag altijd naar de exacte systematiek voordat je rekent.
Wat doen afschrijving, rente en aflossing met het resultaat?
Afschrijving, rente en aflossing zijn kosten die direct voortvloeien uit je investering en financiering, en die het resultaat drukken ook al gaat er geen extra geld de deur uit in de vorm van lopende uitgaven. Wie de aanvangsinvestering grotendeels met eigen inbreng financiert, heeft lagere rentelasten dan wie voor het grootste deel leent; wie met een lening werkt, moet rekening houden met structurele aflossingsverplichtingen die het beschikbare resultaat verlagen.
Afschrijving op de startinvestering
Inventaris, verbouwing en eventuele goodwill worden over meerdere jaren afgeschreven. Dit is een boekhoudkundige last die het fiscale resultaat verlaagt, maar die niet gelijk is aan een kasuitgave in het betreffende jaar.
Rente en aflossing op financiering
Als de aanvangsinvestering deels met een lening is gefinancierd, drukken rente en aflossing structureel op het resultaat dat je overhoudt. Hoe hoger het financieringsaandeel ten opzichte van de eigen inbreng, hoe groter deze last, en hoe kwetsbaarder je positie wordt bij tegenvallende omzet.
Wat blijft er uiteindelijk over voor de franchisenemer?
Wat overblijft na aftrek van alle bovengenoemde posten, is het bedrag dat de franchisenemer als ondernemersinkomen kan beschouwen, en dat kan van maand tot maand en van jaar tot jaar fluctueren. Dit resultaat is geen gegarandeerd salaris: in de opstartfase is het vaak lager of zelfs negatief, en pas als de vestiging eenmaal loopt, stabiliseert het beeld.
Belangrijk is te beseffen dat dit resultaat ook nog onderhevig is aan belastingen, afhankelijk van de gekozen rechtsvorm, en aan de noodzaak om een buffer op te bouwen voor onvoorziene kosten of investeringen.
Welke cijfers moet je aan de franchisegever vragen?
Je moet concrete, vergelijkbare cijfers vragen: omzet, kostenopbouw en resultaat van bestaande vestigingen die qua omvang en locatie lijken op de vestiging die jij overweegt. Een landelijk gemiddelde zegt namelijk weinig als jouw vestiging in een heel andere setting komt te staan dan de meeste andere punten van de keten.
Concrete vragen voor het verkennend gesprek
- Wat zijn de omzet- en resultaatcijfers van twee of drie vestigingen die qua grootte en locatietype vergelijkbaar zijn?
- Hoe is de franchisefee opgebouwd en welke diensten zitten daarin inbegrepen?
- Wat is de gebruikelijke verhouding tussen personeelskosten en omzet binnen deze formule?
- Hoe lang duurt het gemiddeld voordat een nieuwe vestiging een stabiel resultaat laat zien?
De wettelijke informatieplicht als houvast
Sinds de invoering van de Wet franchise is de franchisegever verplicht om voorafgaand aan de ondertekening relevante informatie te verstrekken, en geldt een standstill-periode van vier weken waarin de voorwaarden niet in jouw nadeel mogen worden gewijzigd. Gebruik deze periode actief om door te vragen op cijfers, in plaats van de verstrekte documentatie alleen maar te lezen.
Hoe gebruik je dit rekenmodel bij het vergelijken van formules?
Je gebruikt dit model door voor elke formule die je overweegt dezelfde stappen te doorlopen: omzetinschatting, brutomarge, personeelskosten, huisvesting, fees, afschrijving en financieringslasten. Zo vergelijk je formules niet op basis van een marketingclaim, maar op basis van een onderbouwde exploitatiebegroting die je zelf hebt getoetst.
Bekijk ter oriëntatie het brede aanbod in de franchise gids, waar formules als Kwalitaria, Euromaster en Hypotheek Visie sterk verschillende kostenstructuren en marges kennen. Houd daarnaast de laatste franchisenieuws in de gaten voor marktontwikkelingen die de resultaten van vestigingen kunnen beïnvloeden.
