Wat kost een franchise precies?
Een franchise kost nooit één bedrag, maar een optelsom van losse posten die samen de aanvangsinvestering vormen. Naast de entreefee of franchisefee gaat het om verbouwing en inrichting, apparatuur, eerste voorraad, waarborgsom voor de huur, aanloopverliezen en werkkapitaal. Omdat deze posten per formule en per locatie sterk verschillen, is er geen landelijk gemiddelde te noemen dat voor iedere onderneming klopt; wel is er een vaste checklist waarmee je elke post concreet en schriftelijk laat onderbouwen door de franchisegever.
Wie zich oriënteert op het aanbod van franchiseformules, ziet in de informatiepakketten vaak alleen een indicatief totaalbedrag. Dat zegt weinig zolang je niet weet welke onderdelen daarin zitten en welke juist niet. Deze gids helpt je de aanvangsinvestering voor jezelf uiteen te rafelen, zodat je een realistisch beeld krijgt van wat er daadwerkelijk op tafel moet komen voordat je de eerste euro omzet draait.
Welke onderdelen vormen de aanvangsinvestering?
De aanvangsinvestering bestaat doorgaans uit zes à zeven hoofdposten: entreefee, verbouwing en inrichting, apparatuur, eerste voorraad, waarborgsom huur, aanloopverliezen en werkkapitaal. Elk onderdeel heeft een eigen logica en een eigen manier om het te laten specificeren. Hieronder staan ze één voor één uitgelegd.
Entreefee of franchisefee
De entreefee is de eenmalige vergoeding die je betaalt voor het recht om de franchiseformule te mogen voeren, inclusief het gebruik van de merknaam, het concept en de opstartbegeleiding. Daarnaast kent vrijwel elke franchiseovereenkomst een doorlopende franchisefee, meestal een percentage van de omzet, die losstaat van de eenmalige entreefee. Vraag altijd schriftelijk op wat er precies tegenover de entreefee staat: alleen formulerechten, of ook training, een openingscampagne en ondersteuning in de eerste periode.
Verbouwing en inrichting
Verbouwing en inrichting vormen vaak de grootste en meest onvoorspelbare post, omdat de staat van het pand, de gewenste huisstijl en lokale bouwvoorschriften sterk kunnen variëren. Een formule als HEMA of Etos werkt met een strak vastgelegde winkelformule, wat de onzekerheid beperkt, maar ook dan verschilt de uiteindelijke rekening per pand. Vraag de franchisegever om een gespecificeerde begroting per vierkante meter en een overzicht van wat standaard is en wat meerwerk.
Apparatuur en inventaris
Apparatuur en inventaris omvatten alles van kassasystemen en keukenapparatuur tot meubilair en ICT. Bij een horecaformule of een dienstverlener zoals Ribs Company ligt het zwaartepunt op keukentechniek, terwijl bij een dienstenformule als Hypotheek Visie de investering vooral in software en werkplekken zit. Laat je hier niet verrassen door onderhoudscontracten of leasekosten die niet in de eerste offerte staan maar wel structureel drukken op de exploitatie.
Eerste voorraad
De eerste voorraad is het kapitaal dat vastligt in producten voordat er één verkoop is gedaan, en de omvang hangt sterk af van de sector. Een speciaalzaak in koffie zoals Simon Lévelt heeft andere voorraadbehoeften dan een dierenspeciaalzaak als Pets Place of een drogisterijformule. Vraag de franchisegever om een inkooplijst met verwachte openingsvoorraad en de betalingstermijnen die leveranciers hanteren, want dat bepaalt hoeveel eigen inbreng je nodig hebt vóór de opening.
Waarborgsom huur
De waarborgsom voor de huur is meestal twee tot vier maanden huur die je bij het aangaan van het huurcontract vooraf aan de verhuurder betaalt, los van de investering in het pand zelf. Dit bedrag wordt in de aanvangsinvestering nogal eens vergeten, terwijl het bij een A-locatie in de retail of horeca al snel een stevig deel van het startkapitaal opeist. Laat de makelaar of de franchisegever dit bedrag expliciet in de investeringsopzet opnemen in plaats van het als losse huurkwestie te behandelen.
Aanloopverliezen
Aanloopverliezen zijn de tekorten die vrijwel elke onderneming in de eerste maanden maakt, omdat de omzet nog moet opbouwen terwijl de vaste lasten al volledig lopen. Dit is geen teken van een slecht businessplan, maar een normaal onderdeel van het opstarten van een onderneming, mits je er vooraf rekening mee houdt. Vraag de franchisegever om een realistisch scenario van de eerste zes tot twaalf maanden, inclusief een pessimistische variant, zodat je weet hoeveel buffer je nodig hebt bovenop de overige investeringsposten.
Werkkapitaal
Werkkapitaal is het geld dat nodig is om de lopende kosten te dekken tussen het moment van inkopen of leveren en het moment van betaald krijgen. Denk aan salarissen, huur, energie en inkoop die doorlopen terwijl facturen van klanten nog niet binnen zijn. Een franchisegever die alleen de entreefee en de inrichting noemt, maar niets over werkkapitaal zegt, laat een substantieel deel van de werkelijke startkosten onbenoemd.
Hoe vraag je de aanvangsinvestering op bij de franchisegever?
Je vraagt de aanvangsinvestering op door de franchisegever te verzoeken elke kostenpost afzonderlijk en schriftelijk te onderbouwen, in plaats van genoegen te nemen met één totaalbedrag. Sinds de Wet franchise geldt bovendien een standstill-periode van vier weken voorafgaand aan de ondertekening van de franchiseovereenkomst, waarin de franchisegever de voorgestelde voorwaarden niet in jouw nadeel mag wijzigen en ook geen betalingen of investeringen van je mag verlangen. Deze periode is bij uitstek het moment om de investeringsopzet rustig te laten controleren, bijvoorbeeld door een onafhankelijke adviseur of accountant met franchise-ervaring.
Checklist om voor te leggen aan de franchisegever
- Specificatie van de entreefee: wat zit er wel en niet in, en is deze onderhandelbaar?
- Een gedetailleerde verbouwings- en inrichtingsbegroting, met onderscheid tussen standaard en meerwerk.
- Een lijst van verplichte apparatuur en inventaris, inclusief leveranciers en eventuele leaseconstructies.
- Een inkoopoverzicht voor de eerste voorraad met betalingstermijnen van leveranciers.
- De exacte waarborgsom voor de huur en de voorwaarden van het huurcontract.
- Een realistische omzet- en kostenprognose voor de eerste zes tot twaalf maanden, inclusief een pessimistisch scenario voor aanloopverliezen.
- Een inschatting van het benodigde werkkapitaal, los van de overige investeringsposten.
- Duidelijkheid over welk deel uit eigen inbreng moet komen en welk deel eventueel gefinancierd kan worden.
Vergelijk deze checklist bij meerdere formules voordat je een keuze maakt. Formules met een vergelijkbaar instapniveau, zoals een bakkerijconcept als MultiVlaai of een dienstenformule in de autobranche zoals Euromaster, kunnen qua opbouw van de aanvangsinvestering sterk uiteenlopen. Blijf daarnaast de laatste ontwikkelingen in de franchisesector volgen, want investeringsnormen en marktomstandigheden veranderen voortdurend.
Welke kosten worden vaak over het hoofd gezien?
De kosten die het vaakst worden vergeten, zijn de waarborgsom voor de huur, het werkkapitaal en de aanloopverliezen, omdat deze posten niet altijd prominent in het informatiepakket van de franchisegever staan. Ook vergunningskosten, verzekeringen, notariskosten voor de franchiseovereenkomst en een eventuele niet-concurrentiebepaling na afloop van het contract worden nogal eens onderschat. Vraag daarom niet alleen naar de investeringsposten die de franchisegever spontaan noemt, maar leg zelf een volledige lijst voor en laat elk onderdeel expliciet bevestigen of uitsluiten.
Hoeveel eigen inbreng heb je nodig?
De benodigde eigen inbreng is het deel van de aanvangsinvestering dat je niet via een lening of andere financiering dekt, en dit percentage verschilt per financier en per formule. In de praktijk vragen banken en andere financiers een substantieel deel eigen inbreng, juist omdat starters in franchise nog geen trackrecord hebben binnen de formule. Laat de franchisegever aangeven wat volgens hen een realistische verhouding tussen eigen inbreng en vreemd vermogen is, en toets dat bij een financier voordat je de standstill-periode ingaat.