Wat is de Wet franchise?
De Wet franchise is de Nederlandse wet die sinds 1 januari 2021 de verhouding tussen franchisegever en franchisenemer regelt. Ze is opgenomen in Boek 7, Titel 16 van het Burgerlijk Wetboek (artikelen 7:911 tot en met 7:922) en vervangt wat voorheen vooral via zelfregulering en modelcontracten werd geregeld. De kern is dat een aspirant-franchisenemer vóór het tekenen van een franchiseovereenkomst beschermd wordt tegen informatieachterstand en eenzijdige wijzigingen door de franchisegever.
Voor wie overweegt om in te stappen bij een formule, is deze wet relevant omdat ze concrete rechten geeft die je als franchisenemer niet zomaar kunt wegtekenen. Wie zich oriënteert via het overzicht van franchiseformules, doet er goed aan deze basis te kennen voordat er over een concept of locatie wordt onderhandeld.
Voor wie geldt de Wet franchise?
De wet geldt voor vrijwel alle franchiseovereenkomsten die in Nederland worden gesloten, ongeacht de sector of de grootte van de keten. Of het nu gaat om horeca, retail, wonen of dienstverlening: zodra er sprake is van een franchiseformule met een franchisegever en een franchisenemer, is Titel 16 van Boek 7 BW van toepassing.
Ook van toepassing op bestaande contracten
De wet gold bij invoering niet alleen voor nieuwe overeenkomsten, maar raakte via overgangsrecht ook bepalingen in lopende contracten. Wie al jaren franchisenemer is bij een keten, kan dus ook te maken hebben met de bepalingen uit deze wet, afhankelijk van wanneer en hoe het contract is aangegaan of gewijzigd.
Wat moet de franchisegever vooraf aan informatie geven?
De franchisegever moet een aspirant-franchisenemer tijdig en volledig informeren over alle gegevens die relevant zijn om een weloverwogen beslissing te nemen, zoals de financiële positie van de formule, de inhoud van de franchiseovereenkomst en eventuele vergoedingen of verplichtingen. Dit heet de precontractuele informatieplicht en is een van de pijlers van de wet.
Wat valt hieronder
- Een concept-franchiseovereenkomst met alle bijlagen
- Informatie over de entreefee of franchisefee en de opbouw daarvan
- Gegevens over exclusiviteit, gebied en eventuele non-concurrentiebedingen
- Relevante financiële kengetallen van de formule, voor zover van toepassing
Deze informatie is bedoeld om de aspirant-franchisenemer in staat te stellen een realistisch beeld te vormen, iets wat ook terugkomt bij het opstellen van een investeringsbegroting of bij het vergelijken van verschillende formules op basis van feiten.
Wat is de standstillperiode en waarom is die belangrijk?
De standstillperiode is een verplichte wachttijd van vier weken voorafgaand aan de ondertekening van de franchiseovereenkomst, waarin de franchisegever de voorgestelde overeenkomst niet meer in het nadeel van de aspirant-franchisenemer mag wijzigen en ook geen betalingen of investeringen mag vragen. Deze periode geeft de kandidaat de tijd om het contract rustig te laten beoordelen, bijvoorbeeld door een jurist of financieel adviseur.
Wat mag niet tijdens deze vier weken
- De franchisegever mag geen aanbetalingen of voorschotten vragen
- De voorwaarden mogen niet eenzijdig verslechteren ten opzichte van het eerder gedeelde concept
- Er mag geen onnodige druk worden gezet om sneller te tekenen
Deze bepaling is dwingend recht: een franchisegever kan de standstillperiode niet contractueel uitsluiten of inkorten. Wie op dit moment oriënteert op een concept, bijvoorbeeld via het laatste franchisenieuws, doet er goed aan deze termijn serieus te benutten in plaats van te haasten.
Wat houdt het instemmingsrecht in?
Het instemmingsrecht, geregeld in artikel 7:921 BW, houdt in dat een franchisegever voor bepaalde ingrijpende beslissingen instemming nodig heeft van een meerderheid van de franchisenemers binnen de keten. Het gaat dan om wijzigingen die een wezenlijk financieel gevolg hebben voor de franchisenemers, zoals aanpassingen aan de formule of wijzigingen in de kostenstructuur.
Waarom dit recht bestaat
Zonder instemmingsrecht zou een franchisegever eenzijdig beslissingen kunnen doorvoeren die grote gevolgen hebben voor de onderneming van individuele franchisenemers, zonder dat zij daar invloed op hebben. Dit recht versterkt de positie van de franchisenemer binnen de franchiseketen en zorgt voor een meer evenwichtige samenwerking, iets wat ook zichtbaar is in hoe gevestigde ketens zoals die te vinden zijn in het overzicht van franchiseformules hun samenwerking met vestigingen organiseren.
Wat regelt de wet over goodwill en non-concurrentie?
De Wet franchise bevat bepalingen over wie aanspraak kan maken op goodwill bij het einde van de overeenkomst en stelt grenzen aan het non-concurrentiebeding na afloop van het contract. Artikel 7:920 BW bepaalt dat een post-contractueel non-concurrentiebeding maximaal één jaar mag duren, en alleen geldig is onder bepaalde voorwaarden die in de wet zijn vastgelegd.
Wat dit betekent in de praktijk
- Een franchisegever kan een voormalig franchisenemer niet jarenlang verbieden om in dezelfde branche actief te zijn
- De opgebouwde goodwill, voor zover toe te rekenen aan de inspanning van de franchisenemer, speelt een rol bij de afwikkeling na beëindiging
- Bedingen die verder gaan dan wat de wet toestaat, lopen het risico nietig te zijn
Wat is nietig als het contract ervan afwijkt?
Bepalingen in een franchiseovereenkomst die in strijd zijn met de dwingendrechtelijke onderdelen van de Wet franchise, zoals de standstillperiode, het instemmingsrecht of de maximale duur van het non-concurrentiebeding, zijn nietig of vernietigbaar, ook als de franchisenemer ze heeft ondertekend. Dit is een cruciaal punt: de wet is op deze onderdelen van dwingend recht, wat betekent dat partijen er niet onderling van mogen afwijken ten nadele van de franchisenemer.
Wat dit concreet betekent voor jou
Als een franchiseovereenkomst bijvoorbeeld bepaalt dat de standstillperiode niet geldt, of dat een non-concurrentiebeding van drie jaar wordt afgesproken, dan is die specifieke bepaling in beginsel niet rechtsgeldig, ongeacht wat er op papier staat. Dit biedt een belangrijke bescherming, maar vereist ook dat een aspirant-franchisenemer het contract goed laat beoordelen voordat er wordt getekend. Dat geldt voor elke formule, van kleinschalige concepten tot bekende namen in het overzicht van franchiseformules.
Hoe pas je deze kennis toe als aspirant-franchisenemer?
De praktische waarde van de Wet franchise zit in de combinatie van tijdig geïnformeerd worden, voldoende bedenktijd krijgen, en weten welke contractuele bepalingen niet rechtsgeldig kunnen zijn. Voordat je een handtekening zet, is het verstandig om het concept-contract te laten beoordelen door een jurist met ervaring in franchiserecht, en om de vier weken standstillperiode daadwerkelijk te gebruiken voor onderzoek, in plaats van deze als formaliteit te zien.
Daarnaast is het zinvol om naast de wet ook de inhoud van de formule zelf goed te onderzoeken: de opbouw van de entreefee, de lopende franchisefee, en de ondersteuning die de franchisegever biedt. Deze elementen bepalen samen met de wettelijke bescherming of een formule een solide basis biedt voor een eigen onderneming.